ScholarlyHub bindt de strijd aan met Researchgate en Academia.edu

Crowdfunding van start voor non-profit sociale netwerksite voor wetenschappers

Read the original article here

27 november 2017 | Minstens zo belangrijk als het publiceren is hoe je jezelf als onderzoeker online presenteert. Sociale netwerksites als Academia.edu en Researchgate zijn de afgelopen jaren een belangrijk onderdeel van de online strategie van vooral jonge onderzoekers geworden. Maar volgens de oprichters van ScholarlyHub moeten academici zich eens achter de oren krabben wat de werkelijke motieven van die sociale netwerksites zijn.

Op sites als Academia en Researchgate kunnen onderzoekers zichzelf en hun cv presenteren aan de wetenschappelijke gemeenschap en met elkaar in contact komen. Ze worden dan ook wel het ‘LinkedIn for nerds’ genoemd en ze zijn van steeds groter belang voor de wetenschappelijke carrière van (jonge) wetenschappers.

En de sites zijn meer dan dat. Het zijn sociale netwerken waar onderzoekers een ‘score’ toebedeeld krijgen op basis van hun publicaties en citaties. Ook kunnen onderzoekers op Researchgate hun score opvijzelen door bijvoorbeeld antwoorden op elkaars vragen te geven. “Je ziet dat deze netwerksites er alles aan doen om zo veel mogelijk traffic te genereren, en dat er steeds meer diensten bijkomen die eigenlijk niet zo veel meer met wetenschap te maken hebben,” aldus Guy Geltner (Universiteit van Amsterdam) een van de initiatiefnemers van ScholarlyHub.

De netwerken lijken aan de ene kant dus in te spelen op de behoefte om jezelf als onderzoeker internationaal op de kaart te zetten, maar ze gaan verder dan dat. Een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht is de mogelijkheid voor auteurs om ook hun eigen publicaties online te delen. Deze zijn vervolgens gemakkelijk te vinden en te downloaden zijn door anderen waardoor de betaalmuur van veel uitgevers wordt omzeild. Voor veel onderzoekers is dit zelfs de primaire reden om lid te zijn.

Data is geld

Achter al deze zeer aantrekkelijke opties zitten volgens de oprichters van ScholarlyHub minder goede bedoelingen. Het zijn volgens hen verdienmodellen die nog niet volledig tot wasdom zijn gekomen. “Academia en Researchgate zijn in principe gewoon bedrijven, IPO’s die door durfkapitalisten de lucht in zijn geslingerd in de overtuiging dat er iets aan te verdienen valt,” stelt Geltner die er op hamert dat het hier om grote financiële belangen gaat. “Nu lijkt het nog onschuldig maar het is zonneklaar dat er ook een moment komt dat er ‘gecasht’ moet gaan worden.”

Volgens Geltner ligt de echte waarde besloten in de metadata die er uit een sociaal netwerk van wetenschappers te halen valt. “Deze bedrijven beheren nu al een enorme berg informatie over hoe mensen publiceren, met wie ze verbonden zijn, wat voor congressen ze bezoeken en wat voor artikelen ze graag lezen.” Volgens hem is dat precies de reden dat uitgeverijen als Elsevier en Wiley tot nu toe nog oogluikend hebben toegestaan dat publicaties openlijk gedeeld worden op de sites. “Zij willen de relaties met deze netwerksites niet al te veel verstoren, en ook vice versa gebeurt dat niet, want je zult zien dat de uitgevers binnenkort op overnamepad gaan.”

De grote uitgevers zijn al tijden bezig om naast de publicatiemarkt een ander verdienmodel verdienmodel in de markt te zetten. Dat model zal worden opgehangen aan het verkopen van wetenschappelijke (online) infrastructuur en metadata, bijvoorbeeld over hoe succesvol een bepaalde instelling of wetenschapsgebied is.

De controle terugpakken

Volgens de oprichters van ScholarlyHub is het hoog tijd om het heft weer in eigen handen te nemen. “We zijn al gek dat we voor alles wat we doen; publiceren, abonnementen, open access deals en dergelijken betalen. Maar het moet toch niet zo zijn dat we straks ook nog gaan betalen voor informatie over wat we zelf doen…” vervolgt Geltner die grote ambities heeft voor het platform dat vandaag begint met crowdfunden.

In de eerste plaats ziet Geltner voor zich dat ScholarlyHub start vanuit de netwerkfunctie en alleen het delen van preprints en open access artikelen mogelijk maakt. “We gaan niets doen dat mogelijk problemen oplevert.” Vervolgens moet het netwerk uitgebouwd worden. “En dan niet vanuit de behoefte om er geld aan te verdienen, maar op basis van wat academici nodig hebben.” Hij denkt hierbij aan een uitgeverijservice die niet meer vraagt dan de kostprijs en het oprichten van online gemeenschappen per onderwerp of vakgebied.

“De enige manier waarop dit kan, is als ieder lid bereid is om een bijdrage te leveren.” Zo licht Geltner toe, die er ondanks sceptische reacties van collega’s van overtuigd is dat dit mogelijk moet zijn. “Ik blijf erin geloven dat we kunnen breken met de status quo.” Deze beschrijft hij als “een systeem van luiheid, onwetendheid en een verslaving aan prestige. Dat is niet wat de academie zou moeten zijn en ik geloof dat het anders kan.”

Guy GeltnerComment